Omdat het de echtgenoten vrijstaat om de financiële gevolgen van hun echtscheiding zelf te regelen, is de rechter terughoudend wanneer hem wordt verzocht om alimentatieafspraken te wijzigen. Allereerst zal de rechter nagaan of de echtgenoten in de alimentatieovereenkomst bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven. Als partijen bewust van die maatstaven zijn afgeweken, zal de rechter moeten beoordelen of na het tot stand komen van de alimentatieovereenkomst zich een wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan, waardoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van die overeenkomst niet verwacht mag worden.
Als de rechter een alimentatiebijdrage wijzigt, zal deze zoveel mogelijk aansluiten bij wat partijen bij hun overeenkomst voor ogen stond, waarbij hij ook zal moeten letten op het verband dat kan zijn beoogd tussen de alimentatieregeling en eventuele andere regelingen.
Wanneer de rechter de alimentatie wijzigt, moet hij ook de dag vaststellen waarop de wijziging ingaat (artikel 1: 402 lid 1 BW). Hij kan een nieuw alimentatiebedrag vast-stellen met ingang van de dag vóór de uitspraak (bijv. de datum waarop het verzoek tot wijziging werd ingediend), met ingang van de dag van de uitspraak of met ingang van de dag ná de uitspraak.
De rechter is echter terughoudend bij het wijzigen van alimentatiebijdragen met terugwerkende kracht, zeker wanneer het gaat om een verlaging van het alimentatie-bedrag. Hij zal dan moeten beoordelen of van de alimentatiegerechtigde kan worden verlangd dat deze het achteraf bezien door de alimentatieplichtige teveel betaalde bedrag moet terugbetalen. De kans is groot dat de ontvangen bedragen inmiddels zijn uitgegeven.
Een verlaging of intrekking van alimentatie met terugwerkende kracht is echter denkbaar als de alimentatiegerechtigde eigen inkomsten voor de alimentatieplichtige verzwijgt.
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij beschikking van
22 april 2009 de door de man te betalen partneralimentatie van 2.500,- bruto per maand gewijzigd en met terugwerkende kracht (met ingang van de datum waarop de echtscheiding werd ingeschreven in de registers) bepaald op 12.500,- bruto per maand. In deze zaak werd namelijk een hogere in plaats van een lagere alimentatiebijdrage vastgesteld. Het gevolg van de uitspraak was dat geen terugbetalingsverplichting ontstond maar juist een nabetalingsverplichting.
Mr. Monique van den Berg
Dommerholt Advocaten N.V. |