Inmiddels zijn de gevolgen voor de praktijk te lezen in de jurisprudentie van de gerechtshoven.
Rechter maakt verschil tussen periode vóór en ná 1 maart 2009
In procedures waarin bij de rechtbank in eerste aanleg namens een onderhoudsplichtige is verzocht om een verlaging van een alimentatieverplichting maakt de rechtbank onderscheid tussen de periode tot 1 maart 2009 en de periode na 1 maart 2009. Wordt er hoger beroep aangetekend bij het gerechtshof dan zal tevens een dergelijke splitsing toegepast worden.
Een verlaging kan verzocht worden als de omstandigheden van de onderhoudsplichtige gewijzigd zijn. Hij/zij is bijvoorbeeld zijn baan kwijt geraakt of heeft een nieuwe partner zonder een eigen inkomen. Hierdoor is de draagkracht lager geworden. De in eerste instantie vastgestelde alimentatie kan niet meer (volledig) betaald worden. Maar is dit fair tegenover kinderen en ex-echtgenoten?
In de periode tot 1 maart 2009 wordt er getoetst aan de hand van de regel dat in beginsel rekening moet worden gehouden met wat als redelijk dient te worden beschouwd jegens het niet in het nieuwe gezin verblijvende kind. Er wordt een belangenafweging gemaakt. Vaststaat dat het verdergaan met een nieuwe partner in een nieuwe gezinssituatie die tot een lager gezinsinkomen heeft geleid onvoldoende is om een lagere kinderalimentatie vast te stellen voor de alimentatieplichtige. De belangen van het kind zouden anders worden achtergesteld bij die van de nieuwe partner. Uiteraard wordt er wel per geval gekeken naar de omstandigheden.
Voor de periode na 1 maart is de toetsing aanzienlijk strenger. De voorrang van kinderalimentatie brengt met zich mee dat de rechter geen rekening hoeft te houden met de kosten van levensonderhoud van een nieuwe partner tenzij de onderhoudsplichtige feiten en omstandigheden stelt die aannemelijk maken dat toepassing van de voorrangsregel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Recente uitspraak
In een recente uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem werd door een man (de onderhoudsplichtige) verzocht om met terugwerkende kracht de kinderalimentatie te verlagen. Hij stelde dat zijn draagkracht ontoereikend was de in eerste instantie vastgestelde alimentatie te blijven voldoen. Een bedrag van 90,- was maximaal mogelijk. De wijziging in zijn draagkracht werd onder andere veroorzaakt door het verlies van zijn baan en het feit dat hij samenwoonde met een nieuwe partner. Deze nieuwe mevrouw was volgens de man door een slechte gezondheid niet in staat om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Zij leefden samen van een bijstandsuitkering.
Het Hof zag echter geen reden om de man zijn alimentatieverplichting te verlagen. De man bleek ontslagen te zijn omdat hij en zijn nieuwe partner tijdens het werk met een door de man zijn oude baas ter beschikking gestelde computer amoureuze e-mails aan elkaar verzonden. De man ontving nu een bijstandsuitkering. Het Hof geeft in haar overwegingen aan dat niet blijkt dat de man zijn inkomensverlies niet kan herstellen (met andere woorden hij kan een nieuwe, vergelijkbare baan zoeken).
De man legde geen stukken over aan het Hof waaruit kon worden opgemaakt dat zijn nieuwe partner gezondheidsproblemen heeft. Hierdoor ging het Hof, mede door de voorrangsregel, er vanuit dat deze mevrouw in staat moet zijn om de kosten van haar eigen levensonderhoud te dragen.
Het Hof komt tot de conclusie dat de man geen feiten en omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die tot het oordeel moeten leiden dat de toepassing van de wettelijke voorrangsregeling in dit geval onaanvaardbaar zou zijn. Deze man moet dan ook met ingang van 5 september 2008 een bijdrage van 300, - per maand in de kosten van het levensonderhoud van zijn dochter betalen.
Mr. E.M. Thoenes-van der Veen
Dommerholt Advocaten N.V.
|