Volgens de Hoge Raad moet tevens in aanmerking worden genomen dat de alimentatieplichtige zolang de schuldsaneringsregeling van toepassing is slechts kan beschikken over het door de rechter-commissaris vrij te laten bedrag. Omdat dit bedrag onder bijstandsniveau is gelegen, moet worden aangenomen dat de alimentatieplichtige behoudens bijzondere omstandigheden niet over draagkracht beschikt om alimentatie te betalen, tenzij de rechter-commissaris op grond van artikel 295, derde lid Faillissementswet het vrij te laten bedrag anders heeft bepaald.
Geldt het bovenstaande ook bij faillissement van de alimentatieplichtige? Over die vraag heeft het Gerechtshof te Arnhem op 2 februari jl. uitspraak gedaan.
In deze uitspraak heeft het Gerechtshof Arnhem de jurisprudentie met betrekking tot alimentatie en schuldsaneringsregeling ook van toepassing verklaard in geval van faillissement. Het Gerechtshof overwoog in die zaak dat ook in geval van faillissement, net als bij een schuldsanering, geldt dat de alimentatie voor de duur van het faillissement, in beginsel op nihil wordt gesteld als er in het vrijgelaten inkomen geen rekening is gehouden met de alimentatie.
Volgens het Gerechtshof te Arnhem was geen sprake van bijzondere omstandigheden waardoor van dit uitgangspunt afgeweken zou moeten worden. Na het faillissement was geen sprake van vermogen of spaargeld. Uit het verslag van de curator bleek dat sprake was van een hoge schuldenlast. Ook was niet gebleken dat de man vanaf de datum van het faillissement verdiencapaciteit heeft gehad om alimentatie te betalen. Het Hof stelde de door de man te betalen alimentatie daarom voor de duur van het faillissement op nihil met ingang van de datum waarop het faillissement van de man was uitgesproken.
Mr. J.H van den Berg, Dommerholt Advocaten N.V. |