Deze termijn vangt aan op de dag waarop de echtscheidingsbeschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Deze termijn eindigt van rechtswege na de 12 jaar en is hierdoor een zogenaamde vervaltermijn.
De wet geeft aan onderhoudsgerechtigde wel een escape om te voorkomen dat het recht op alimentatie vervalt. Het is mogelijk om voordat drie maanden sinds de beëindiging van rechtswege zijn verstreken de rechter te verzoeken de alimentatietermijn te verlengen. Een verlenging wordt enkel toegekend als de beëindiging van de alimentatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de onderhoudsgerechtigde kan worden gevergd. Deze verlenging wordt niet snel toegekend, er worden zware eisen aan gesteld.
Nog los van deze zware inhoudelijke toetsing is het zeer belangrijk dat het verzoek tijdig, binnen drie maanden, wordt ingediend bij de rechtbank.
Maar wanneer begint de termijn van drie maanden te lopen? Is dit altijd op het moment waarop de termijn van twaalf jaar is verstreken? De Hoge Raad heeft in haar recente uitspraak van 21 mei 2010 het aanvangsmoment verfijnd. In de aan de Hoge Raad voorgelegde situatie is de echtscheidingsbeschikking op 30 mei 1995 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De verplichting tot betaling van alimentatie is op 30 mei 2007 van rechtswege vervallen. Meneer heeft de alimentatie nog doorbetaald tot augustus 2007. Mevrouw heeft vervolgens eerst op 1 november 2007 bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend en om een verlenging van de alimentatietermijn van 12 jaar verzocht.
Was mevrouw nu te laat met haar verzoekschrift? Meneer deed een beroep op verjaring van de termijn om een verzoek tot verlenging in te stellen. Hij kreeg echter geen gelijk.
De Hoge Raad is van mening dat in deze situatie de termijn van drie maanden pas is aangevangen op het moment van de laatste betaling door meneer. Door deze extra betalingen moet er van worden uitgegaan dat aan deze betalingen een stilzwijgende overeenkomst tot het laten voortduren van de alimentatieverplichting ten grondslag ligt. Dit is niet het geval als meneer expliciet aan mevrouw had medegedeeld dat er een andere titel aan ten grondslag lag. Nu dit niet het geval was geweest begon de termijn eerst na de laatste alimentatiebetaling en was mevrouw op tijd met haar verzoek.
Mw. Mr. E.M. Thoenes-van der Veen, Dommerholt Advocaten N.V.
|