Redelijkheid en billijkheid
In het arrest van de Hoge Raad van 24 januari 1997 (NJ 1997, 497) werd geoordeeld dat een beroep op verrekening van te betalen kinderalimentatie met verbeurde dwangsommen in verband met een niet nagekomen omgangsregeling niet werd uitgesloten, doch dat de redelijkheid en billijkheid zich daartegen niet mogen verzetten. De redelijkheid en billijkheid spelen bij de beoordeling van voornoemde vragen aldus een doorslaggevende rol.
In de beschikking van het Hof Amsterdam van 23 juni 2009 werd in een soortgelijke zaak geoordeeld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat de man zich op verrekening van de door hem verschuldigde kinderalimentatie met de aflossing van huwelijkse schulden beriep. Er mocht dan ook geen verrekening plaatsvinden.
In de uitspraak van de Rechtbank Dordrecht van 3 februari 2010 (RFR 2010, 66) werd echter geen juridische overweging gewijd aan de redelijkheid en billijkheid. De Rechtbank oordeelde dat de alimentatie-uitkering is vastgesteld om te dienen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind van partijen. Aanwending voor een ander doel, zoals met een beroep op verrekening zou geschieden, achtte de Rechtbank onaanvaardbaar.
Uitgangspunt: geen verrekening
Uitgangspunt is, op welke grond ook, dat onderhoudsbijdragen zoals kinderalimentatie niet vatbaar zijn voor verrekening.
Soms tóch verrekening
In een uitspraak van de Rechtbank Breda van 19 augustus 2009 (RFR 125) werd verrekening echter toch toegestaan. In deze zaak hadden de jong-meerderjarige kinderen hun alimentatievordering op de man aan de vrouw gecedeerd (juridisch overgedragen), waardoor de vrouw de vordering van de kinderen op de man op eigen naam kon innen. De vrouw wenste vervolgens over te gaan tot verrekening hiervan met de vordering die de man nog op haar had. De rechtbank stond deze verrekening toe, omdat de vrouw de verrekening inroept als schuldenaar ten aanzien van de conventionele vordering van de man. Opgemerkt wordt dat daarbij ook een rol lijkt te spelen dat het om achterstallige alimentatietermijnen gaat en de kinderen dit verlies op een andere wijze hebben opgevangen.
Het uitgangspunt zoals hiervoor verwoord is helder. Toch blijkt uit het voorgaande dat verrekening met kinderalimentatie onder bepaalde omstandigheden door de Rechtbank wordt toegestaan.
Mr. Josine E. Bruning, Dommerholt Advocaten N.V.
|