| Met een op 3 januari 2000 gedateerd verzoekschrift heeft de man - zich gewend tot de Rechtbank te Leeuwarden en verzocht de aprtneralimnetatie opnieuw vast te stellen. Uiteindelijk op 30 augustus krijgt de man gelijk en wordt een nieuwe, veel lagere, alimentatie vastgesteld. Dr rechtbank kiest als ingansgdatum voor deze lagere alimentatie 4 janauri,de datum van indienen van het verzoekschrift door de man.
Op 9 mei 2001 heeft het Hof ook de alimentatie verlaagd en de ingangsdatum hiervoor gesteld op 30 augustus 2000 (de datum van de uitspraak van de rechtbank)
De Uitspraak
Het middel keert zich tegen het oordeel van het Hof met betrekking tot de ingangsdatum en betoogt dat deze dient te worden gesteld op 4 januari 2000, zoals door de Rechtbank is beslist.
Vooropgesteld moet worden dat de rechter een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum van de (gewijzigde) alimentatieverplichting. Met die vrijheid is niet verenigbaar een regel inhoudende dat als uitgangspunt geldt dat die ingangsdatum dient te worden vastgesteld op de datum waarop het inleidende verzoekschrift ter griffie van de rechtbank is ingediend. Van een dergelijke regel is het Hof ook niet uitgegaan. Het heeft slechts tot uitgangspunt genomen dat de gebruikelijke uitkomst met betrekking tot de ingangsdatum veelal is dat deze wordt vastgesteld op de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift.
Voor het Hof was belangrijk dat de vrouw er geen rekening mee heeft behoeven te houden, dat zij mogelijkerwijs met ingang van de datum van de indiening van het inleidend verzoekschrift enkel nog recht zou kunnen doen gelden op een aanzienlijk verlaagde bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en daarom een bedrag had moeten reserveren om de eventueel teveel aan haar betaalde alimentatie terug te kunnen betalen.
|